Voor een deel van de jeugdigen dat lijdt aan een eetstoornis is er een passend antwoord, maar in sommige gevallen niet. En dan zijn de gevolgen groot. Kinderen en jeugdigen kunnen overlijden als gevolg van een eetstoornis. Het eerder herkennen, beter begrijpen en effectiever behandelen van een eetstoornis is daarom heel belangrijk. Hiervoor is de landelijke Ketenaanpak EETstoornissen (K-EET) opgericht. In Overijssel bestaan op een aantal plekken al samenwerkingsverbanden rond dit thema, en het Expertisenetwerk Jeugd Overijssel wil deze samenwerkingsverbanden faciliteren, met elkaar in contact brengen en kennis uitwisselen, en de verbinding leggen met K-EET (waar die nog niet aanwezig is).

De eerste stappen zijn in 2021 al gezet. Er is in kaart gebracht welke organisaties, samenwerkingsverbanden en professionals in Overijssel betrokken zijn op het gebied van eetstoornissen (zie bijlage 2). In 2021 zal nog een bijeenkomst worden georganiseerd voor en door een vertegenwoordiging van de samenwerkingsverbanden waar ieder samenwerkingsverband zich zal presenteren, kennis uitgewisseld kan worden en een gezamenlijke ontwikkelagenda opgesteld kan worden.

We zien dat de professionals in de Overijsselse samenwerkingsverbanden korte lijnen hebben met de kinderartsen in de ziekenhuizen (MST Enschede, ZGT Hengelo en Almelo, Deventer ziekenhuis, ziekenhuis Hardenberg, Isala Zwolle), maar ook met andere partijen die betrokken zijn in de zorg rondom eetstoornispatiënten. In een aantal gevallen maken de kinderartsen al deel uit van het samenwerkingsverband. Tussen organisaties worden patiënten doorverwezen als er sprake is van een te lange wachttijd. Op het gebied van scholing wordt er een stevige slag geslagen, maar lijkt dit vooral binnen organisaties plaats te vinden. Daarnaast is er verschil in methodieken. Er kan nog meer gezamenlijk opgetrokken worden richting de implementatie van de zorgstandaard bij eetstoornissen en gebruik gemaakt worden van elkaars aanbod hierin. 

Vanuit Overijssel worden gezinnen en jeugdigen soms verwezen naar aanbod buiten de regio. Gezamenlijk moet worden gewogen of dergelijk aanbod in de regio zelf ontwikkeld moet worden of dat vraag/aanbod voldoende in balans is op dit moment. Tot slot kan er nog meer worden ingezet op de inzet van ervaringsdeskundigheid: het vermogen om op grond van de eigen herstelervaring voor anderen ruimte te maken voor herstel. Ervaringsdeskundigheid kan helpen bij de beeldvorming rond eetstoornissen en vormen belangrijke en aanvullende kennisbron voor scholing en voorlichting.

Doel van dit thema is om de K-EET aanpak volledig te implementeren in Overijssel. De K-EET aanpak bestaat uit 6 bouwstenen:

  • (Boven)regionaal netwerk met toegang tot kennis en kunde
  • Goed fundament waarop kennis en kunde zich kunnen ontwikkelen (implementatie zorgstandaard)
  • Actueel overzicht van het behandelaanbod
  • Feedbacksysteem om te leren en verbeteren (datafeedback en professionele feedback)
  • Realistisch frame rondom eetstoornissen
  • Leidraad rondom het voorkomen en toepassen van dwangvoeding

(Klik hier voor meer toelichting over deze bouwstenen.) Na drie jaar moet een zichtbare ontwikkeling in gang gezet zijn naar steeds minder ernstig zieke patiënten met een eetstoornis. Er is dan ruimte gecreëerd voor ervaringsdeskundigen, behandelaars en wetenschappers om dit doel te bereiken. Het Expertisenetwerk Jeugd Overijssel faciliteert en ondersteunt deze ontwikkelagenda en onderhoudt de verbinding met de landelijke ontwikkelingen.